MENU

Het belang van kennis over het lerende brein

Geplaatst op 08-10-2019

We leren steeds meer over hoe het (jonge) brein leert. In de eerste editie van KindVak Magazine (inmiddels al meer dan een jaar geleden) spraken we bijvoorbeeld met professor Erik Scherder over het belang van de verrijkte omgeving. Maar een stimulerende leeromgeving vertelt niet het hele verhaal. Wat is het belang van kennis over het lerende brein voor professionals die voor de klas en de groep staan? En hoe kunnen zij deze kennis ook toepassen?


‘Met alles wat je doet in de interactie met kinderen oefen je invloed uit op de ontwikkeling van het brein’, zegt Hanni Bijl, orthopedagoog en medewerker onderzoek en innovatie bij de CED-groep. ‘Dus om te weten of je datgene wat je doet ook daadwerkelijk goed doet, is kennis over wat er in het brein gebeurt belangrijk. Wanneer professionals hier kennis over hebben, geeft dit handvatten om de ontwikkeling van het brein goed te stimuleren en daarop de juiste invloed op uit te oefenen.’

‘Met alles wat je doet in de interactie met kinderen oefen je invloed uit op de ontwikkeling van het brein.’

Verschillende leeftijden, verschillende aanpak
Bij jonge kinderen uit zich dit op een andere manier dan bij kinderen die al wat ouder zijn. Het schakelen tussen activiteiten kost bij jonge kinderen bijvoorbeeld veel meer tijd, bijvoorbeeld als een kind aan het spelen is en er vervolgens moet worden opgeruimd. Omdat het brein nog volop in ontwikkeling is, duurt het langer voordat die informatie in het brein overgedragen is. In de praktijk zouden professionals hier volgens Bijl bewuster mee om kunnen gaan. Volgens haar kan dit door bijvoorbeeld duidelijke schakelmomenten te creëren; zo help je het kind eigenlijk om hier mee om te gaan. ‘Vandaar dat er ook heel veel liedjes worden gezongen, zoals opruimliedjes of liedjes bij het eten en drinken’, aldus Bijl. ‘Daarmee geef je jonge kinderen dus eigenlijk een geheugensteuntje. Op het moment dat er een opruimliedje gezongen wordt weet het kind dus ook welk gedrag er van hem of haar verwacht wordt.’ Het brein van oudere kinderen is iets verder ontwikkeld, maar daar zie je, net als bij jonge kinderen, dat de zogeheten executieve functies zich nog niet volledig ontwikkeld hebben. Deze executieve functies zijn erg belangrijk bij het leren. Deze functies worden met name aangestuurd vanuit het voorste deel van je brein, de prefrontale cortex. Deze prefrontale cortex is pas rond het 20e à 25e levensjaar volledig ontwikkeld. ‘Dit betekent dat het belangrijk is dat de leerkracht het leerproces goed ondersteunt en laat verlopen. Hier kunnen didactische technieken een goed hulpmiddel voor zijn.’

‘Wanneer informatie verkeerd gekoppeld is in het brein, ontstaat er een misverstand.’

Wat kunnen professionals doen?
Bijl noemt als voorbeeld dat eerst voorkennis wordt opgehaald voordat nieuwe kennis wordt aangeboden. ‘Wanneer je nieuwe informatie biedt als leerkracht wordt dat door het kind verwerkt in het werkgeheugen. Om de nieuwe kennis op te slaan moet wel de juiste voorkennis in het werkgeheugen aanwezig en geactiveerd zijn. Dan wordt de nieuwe kennis namelijk veel steviger in het langetermijngeheugen opgeslagen.’ ‘Op het moment dat die juiste voorkennis niet aanwezig is, kunnen er twee dingen gebeuren: of de nieuwe informatie wordt als losse kennis opgeslagen, wat er voor zorgt dat het minder stevig wordt opgeslagen in het langetermijngeheugen en dus lastiger is om op te halen, of het wordt aan andere informatie gekoppeld, waardoor het kind in een hele andere richting gaat denken.’

Verkeerde koppeling
Als er iets tegen iemand gezegd wordt, dan roept dat associaties op bij die persoon in het langetermijngeheugen. Op het moment dat iemand iets tegen persoon A zegt kan dat iets heel anders oproepen bij persoon B. Wanneer informatie verkeerd gekoppeld is, ontstaat er een misverstand. Volgens Bijl zie je dergelijke misverstanden soms ook terug in het leerproces. Leerlingen zeggen dan dat ze de instructie hebben begrepen en gaan vervolgens aan de slag. En wanneer ze dan de opdracht moeten maken, komen ze erachter dat ze het helemaal niet begrepen hebben en kunnen dan ook de opdracht niet maken. ‘Ik hoor heel vaak dat leerkrachten hier tegenaan lopen’, aldus Bijl.

In het bovenstaande voorbeeld zou het zo kunnen zijn dat de juiste voorkennis niet of onvoldoende was geactiveerd bij de kinderen, waardoor nieuwe informatie niet goed verwerkt kon worden. Dan is het volgens Bijl belangrijk dat de leerkracht zichzelf de goede vragen stelt, zoals: Weten de leerlingen nu wel voldoende? Is de goede voorkennis wel actief? Kan de nieuwe kennis worden opgeslagen en gekoppeld aan de bestaande voorkennis? ‘Als leerkrachten zichzelf de goede vragen stellen, dan weten ze ook waar ze op moeten letten. Bovendien is het voor de leerkracht verklaarbaar wanneer het de kinderen niet zo goed lukt. Het is dus heel belangrijk dat leerkrachten weten waar ze op moeten letten en aan de reactie van kinderen af kunnen lezen of ze goed zitten.’

Visuele interactie
Daarnaast is het vanuit deze invalshoek ook belangrijk om het werkgeheugen van kinderen te ondersteunen met visuele informatie, bijvoorbeeld met dagritmekaarten. Als kinderen visueel kunnen zien wat er op een dag gaat gebeuren dan zijn ze daar enerzijds op voorbereid, maar anderzijds betekent dit ook dat ze deze informatie niet hoeven vast te houden in hun werkgeheugen.
In een ideale situatie kunnen professionals preventief nadenken over hoe ze het brein van het kind kunnen ondersteunen. Zo leren ze om de hulpmiddelen met een bepaalde context in kunnen zetten en kinderen daarmee kunnen helpen. ‘Dat kan bijvoorbeeld in het schakelen van activiteiten, dingen onthouden, dingen te begrijpen wat je bedoelt, te reageren op signalen, enzovoort’, zegt Bijl. Deze kennis kan dus vooraf al worden ingezet, in plaats van dat een professional reageert op wat er gebeurt, waardoor de ontwikkeling van het brein beter ondersteund wordt.

Meer van deze interessante artikelen? Vergeet ons niet te volgen!

        


Over de auteur: Thom Roozenbeek is auteur van het boek ‘Pleidooi voor het kind’ en redacteur van KindVak Magazine.

Deel deze pagina:

Mediapartners

  • #21
  • #16
  • #14
  • #17
  • #15
  • #4
  • #24
  • #25

Promotie carrousel

  • #9
  • #10
  • #13

Organisatiepartners

  • #6
  • #14
  • #7
  • #4
  • #5
  • #13
  • #12