MENU

Genderdiversiteit in de kindertijd

Geplaatst op 04-07-2019

In de kinderopvang en het primair onderwijs waren we tot voor kort vooral geïnteresseerd in de verschillen tussen jongens en meisjes. Tegenwoordig is dat onderwerp verbreed naar ‘genderdiversiteit’.


Genderdiversiteit kan kort gezegd betrekking hebben op:

  • De seksuele voorkeur
  • Transseksualiteit (in het verkeerde lichaam zitten)
  • De interseksuele conditie (minder of geen eenduidige geslachtskenmerken hebben)
  • Genderdysforie (moeite hebben met je genderidentiteit; relatief vaak in de kindertijd)
  • Genderstereotypering
  • Genderverschillen

Ook in de omgang met jongere kinderen krijgt het onderwerp meer aandacht, want ook al vrij jonge kinderen zouden kunnen worstelen met hun genderidentiteit en het opgedrongen krijgen van gender-stereotyperingen. Is het daarom goed dat we in onze voorzieningen meer gaan doen aan genderdiversiteit?

 

‘Ik denk dat we nog heel veel niet weten over genderverschillen bij kinderen’

Aangeboren of aangeleerd?
Genderverschillen bij kinderen staan al een geruime tijd in de maatschappelijke en wetenschappelijke belangstelling. Daarbij is het ‘aangeboren versus aangeleerd’ debat van belang. Immers, wordt het gedrag van kinderen (al dan niet deels) verklaard uit het gender? En is dat een kwestie van aanleg of kunnen we typisch jongens/meisjesgedrag beïnvloeden, als we er bewust en oplettend mee omgaan, als we kinderen minder de gender stereotypen kunnen opdringen? Heeft dat enig effect en waarom zou dat wenselijk kunnen zijn?

Op de ‘Grote Vraag’ – zijn genderverschillen bij kinderen in aanleg aanwezig of worden ze aangeleerd? – kan ik geen definitief antwoord geven. Niet omdat ik dat niet zou willen, maar omdat ik denk en na mijn onderzoek heb geconstateerd dat het zo eenvoudig niet ligt. Ik denk dat we nog heel veel niet weten over genderverschillen bij kinderen. De totstandkoming van onze persoon en ons gedrag is volgens de neurowetenschappen zeker – meer dan in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw werd gedacht – biologisch en genetisch bepaald en ‘vastgelegd’. Maar we weten ook steeds meer over de plasticiteit van ons brein, over hoe we ervaringen in onze hersenen verwerken. Daarnaast maakt het feit dat we ‘groepsdieren’ zijn ons zeer gevoelig voor socialisatie. Aanpassen aan de groep is noodzakelijk om te overleven. Ik denk daarom dat cultuurverschillen erg bepalend zijn voor de genderverschillen. Uit onderzoek blijkt dat ook: als je in studies de cultuurverschillen neutraliseert, dan verdwijnen veel van de gevonden genderverschillen (Costa Jr, Terracciano, & McCrae, 2001).

‘Genderverschillen bij kinderen staan al een geruime tijd in de maatschappelijke en wetenschappelijke belangstelling’

Verschillen tussen jongens en meisjes
De gedragsverschillen zijn, zoveel is wel zeker, in de eerste jaren na de geboorte tot een jaar of 11, niet erg groot. We weten dat het brein van jongens iets langzamer rijpt dan dat van meisjes. Dat leidt tot tempoverschillen die in de gehele kindertijd zichtbaar zijn. Dit geldt ook voor de beweeglijkheid van jongens, die structureel hoger is dan die bij meisjes. Meisjes zijn taliger ingesteld en kunnen op vier jaar al een voorsprong van 2 jaar op een minder talig ingesteld jongetje hebben. Maar ook relatief kleine verschillen, zoals speelgoedvoorkeur zijn al vrij jong waarneembaar. Zo voelen jongens zich meer tot primaire kleuren en het object zelf aangetrokken, waar meisjes objecten een rol in hun spel geven (van de Grift, 2016).

De ervaring van de eigen genderidentiteit is bovendien een belangrijke opgave in de kindertijd. Als peuter ontdekt een kind het verschil tussen jongens en meisjes, maar pas later ontwikkelt het een genderbewustzijn, waarin een kind zich een beeld vormt van ‘wat’ het zelf is, welk gedrag daar bij past en dat dat ook in de toekomst zo blijft (Kohnstamm, 2009). Bekend is dat in de schoolse periode voorafgaand aan de puberteit kinderen met deze fase kunnen worstelen. Bij een klein deel van hen leidt dit ook tijdens en na de puberteit nog tot een ‘gendervraagstuk’ en is de genderdysforie op jongere leeftijd een aankondiging daarvan geweest (Dessens & Cohen-Kettenis, 2008) . Genderdysforie wordt, evenals de andere LHTB (de afkorting wordt soms nog aangevuld met I en Q) kenmerken, gezien als biologisch verklaarbaar en zijn dus niet door de omgeving ingegeven.

‘Jongens doen het wat minder goed op de talige taken dan meisjes. Komt dat omdat het jongentjes zijn? Of zie je in feite een gevolg van je eigen onderwijskundige benadering?’

Genderbewustzijn in de kinderopvang en het onderwijs
Er is veel belangstelling voor genderbeleid, gericht op het omgaan met gedrag dat verband lijkt te houden met het gender. Jongens doen het wat minder goed op de talige taken dan meisjes. Komt dat omdat het jongentjes zijn? Of zie je in feite een gevolg van je eigen onderwijskundige benadering? Of meisjes, die venijnig met elkaar omgaan in de BSO-groep. De hele groep lijdt eronder en de sfeer is om te snijden. Zie je daar de indirecte agressie die bij meisjes lijken te horen? Kun en moet je het afleren? Deze vragen leven in de kinderopvang en op de basisscholen.

Soms kiest men in kindcentra voor ‘genderneutraal’ beleid: men probeert dan zo min mogelijk de kinderen bepaalde genderrolpatronen op te dringen. Scandinavische landen dienen daarvoor als voorbeeld, ook al is daarvan bekend dat enkele opvallende verschillen tussen jongens en meisjes, zoals in dit artikel genoemd, daarmee niet ongedaan gemaakt kunnen worden (Halsan, 2014). Vaker kiest men voor enkele specifieke genderstrategieën die passen bij de identiteit en visie van de school. Meer fysieke speeltijd, minder lange kringgesprekken om tegemoet te komen aan de bewegingsdrang van jongens. Of het aanmoedigen van meisjes om ‘iets meer te durven’ en ze niet eerder dan nodig in bescherming te nemen. Meer beleidsmatig werkt men bijvoorbeeld aan ‘meer mannen op de groep’ nu blijkt dat er steeds minder mannen in de kinderopvang en het primair onderwijs willen werken en men vreest voor ‘feminisering’.

‘Ik wil betogen dat genderverschillen en -diversiteit voor een flink deel op aanlegverschillen berusten, die bovendien lastig beïnvloedbaar zijn, omdat er een diepe biologische verankering voor bestaat’

Ergens tussen 0 en 12
Vanaf mei van dit jaar is haar boek ‘Ergens tussen 0 en 12’ uit met artikelen en essays voor en over kinderopvang en onderwijs. Het artikel ‘genderdiversiteit in de kindertijd’ is een voorpublicatie uit dit boek en verschijnt bij Uitgeverij SWP.

Bewustheid
Ik denk dat het goed is om in de professionele opvoed- en onderwijsomgeving oplettend te zijn op hoe we met genderverschillen en -diversiteit omgaan. Ik wil daarbij betogen dat genderverschillen en -diversiteit voor een flink deel op aanlegverschillen berusten, die bovendien lastig beïnvloedbaar zijn, omdat er een ‘diepe’ biologische verankering voor bestaat. Tegelijk staan kinderen onder sterke invloed van de omgeving: ouders, kinderopvang, onderwijs en culturele factoren tikken zwaar aan. Maar juist deze factoren vormen echter de veilige thuishaven voor jonge kinderen en die moeten we niet gaan inzetten voor een maatschappelijke ‘turn around’ en emancipatie van LHTB-mensen. Goed dus, dat de instellingen voor kinderen bewust met genderverschillen en -diversiteit omgaan, er over nadenken en een visie op formuleren. Tegelijkertijd wil ik waarschuwen voor ‘huiswerk’ voor kinderopvang en primair onderwijs. Wat je wil bereiken of wil voorkomen is geen garantie op succes, daarvoor zijn de factoren die op het gedrag van kinderen inwerken veel te complex.

Meer van deze interessante artikelen? Vergeet ons niet te volgen!

        


Over de auteur: Betsy van de Grift begon haar werkende leven in de zorg en vervulde daar en daarna in de kinderopvang management- en bestuursfuncties. Zijn volgde beroepsopleidingen op het gebied van pedagogiek en een wetenschappelijke opleiding bedrijfskunde. Sinds 2007 werkt Betsy vanuit haar eigen bedrijf, als adviseur en publicist/auteur. Door haar boeken, over management/leiderschap en over de breinontwikkeling van jonge kinderen is ze een veelgevraagd ‘keynote’ spreker.

Deel deze pagina:

Mediapartners

  • #21
  • #16
  • #14
  • #17
  • #15
  • #4
  • #24
  • #25

Promotie carrousel

  • #9
  • #10
  • #13

Organisatiepartners

  • #6
  • #14
  • #7
  • #4
  • #5
  • #13
  • #12